U bent hier: Home / Tot uw dienst / Mobiliteit / Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid belangt ons allemaal aan. Het vormt ook een probleem waarvan we allemaal een deel van de oplossing uitmaken. De federale overheid, gemeenten, verenigingen die ijveren voor de zwakke weggebruiker, autobestuurders,... We moeten allemaal onze verantwoordelijkheden opnemen om te komen tot een verkeerssituatie waarin iedereen, jong en oud, voetganger een automobilist, zich in alle veiligheid kan verplaatsen.

Via diverse sensibiliseringsacties werden al talloze inspanningen geleverd op het vlak van verkeersveiligheid, zowel op federaal als op gewestelijk niveau. Ook op gemeentelijk niveau werden al verschillende initiatieven genomen: installatie van zones 30, inzetten van medewerkers van de Preventiedienst in de omgeving van scholen, heraanleg van wegen in functie van omgevingsfactoren,... Maar de grootste verantwoordelijkheid ligt bij ieder van ons. Iedereen draagt bij tot de verkeersveiligheid. Een verantwoordelijke houding en hoffelijkheid zijn dus op hun plaats.

Veiligheidstips - Kinderen in het verkeer
 

 
Te voet
  • Stippel vooraf de veiligste weg uit. Dit is niet noodzakelijk de kortste weg.
  • Kies voor straten met brede trottoirs of goed begaanbare bermen.
  • Als er moet overgestoken worden, kies je de veiligste plaatsen: een oversteekplaats met een agent of een gemachtigd opzichter, met verkeerslichten of een zebrapad.
  • Kies bij voorkeur voor een straat met weinig verkeer, een plaats waar de wagens niet snel rijden, een plek waar de oversteek kort is, een plaats vanwaar je kind de wagens goed ziet aankomen en ook zelf goed zichtbaar is voor de naderende bestuurders.
  • Leer je kind onderweg naar school hoe het zich als voetganger veilig gedraagt.
  • Ontdek samen risicovolle plaatsen zoals garages, parkings en opritten waar onverwachts auto’s in- en uitrijden.
  • Oefen het correct oversteken: altijd stoppen voor de rand van de stoep; goed naar links, naar rechts en nogmaals naar links kijken; als er geen voertuig dichtbij nadert, oversteken zonder te rennen en goed blijven uitkijken.
  • Loop zelf altijd langs de kant van het verkeer en laat kinderen langs de kant van de huizen lopen.
  • Wacht je oogappels nooit op aan de overkant van de straat. Zo voorkom je dat ze je zonder uitkijken tegemoet rennen.

Samen met de fiets
  • In het begin rij je beter naast je kind, aan zijn linkerkant. Ga achter je kind fietsen als je anders niet kan kruisen met een tegenligger.
  • Heeft je kind al wat meer ervaring, dan fiets je er achter.
  • Voor je vertrekt, maak je duidelijke afspraken met je kind. Bijvoorbeeld: “Als ik STOP roep, stop je onmiddellijk en blijf je aan de kant staan”, “Aan dat kruispunt stoppen we..."
  • Aarzel niet om je kind onderweg aan te moedigen. Eens aangekomen geef je wat uitleg over wat goed ging en watminder goed was.
  • Kinderen leren veel door imitatie. Respecteer de verkeersregels. Voorzie mogelijk gevaar. Gedraag je sociaal tegenover de andere verkeersdeelnemers.

Alleen naar school fietsen
  • Eerst en vooral moet je er zeker van zijn dat je kind dit zelfstandig aankan: kan je kind achterom kijken en zijn arm uitsteken zonder uit te wijken? Kan het de afstanden en snelheden van de auto’s voldoende veilig inschatten? Is het zich bewust van de gevaren?
  • Stippel vooraf samen de veiligste weg uit. De veiligste weg is niet noodzakelijk de kortste weg. De veiligheid is groter: in straten met weinig verkeer, in straten waar de wagens niet snel rijden, in straten met een breed fietspad of waar het fietspad goed van de rijbaan afgeschermd is op plaatsen waar veilig kan overgestoken worden (indien nodig moet je afstappen en met de fiets aan de hand oversteken).
  • Leer je kind communiceren met de bestuurders: de arm uitsteken vooraleer af te slaan, oogcontact zoeken om er zeker van te zijn dat de bestuurder rekening met hem houdt...
  • Kies voor de juiste uitrusting: fietsmaat, remmen, helm, reflectoren, fietsverlichting, fluo hesje,...

Met het openbaar vervoer
  • Leer je kind de uurregeling te lezen die het nodig heeft. Doe de rit enkele keren samen en wijs op duidelijke herkenningspunten zodat je kind weet wanneer het tijd is om op de knop te drukken om een halte aan te vragen.

Aan de halte

  • Het is bijzonder gevaarlijk om al rennend te proberen nog een bus of tram te halen. Zorg dat je kind dit goed beseft. Liever te laat komen dan zo’n risico te lopen!
  • Wijs je kind erop dat het best zo ver mogelijk van de rand van de rijbaan wacht. Ook op het trein- of metroperron geldt de regel: blijf zo ver mogelijk van de rand.
  • Maak duidelijk dat je niet meer moet proberen om in te stappen als het geluidssignaal van de deuren klinkt, want de deuren kunnen dan elk moment dichtgaan.

Bij aankomst

  • Moet je kind de weg oversteken, dan wacht het tot de bus of tram vertrokken is en tot het goed kan uitkijken (en goed gezien wordt). Blijft de bus of tram staan, dan is het best om er niet onmiddellijk voor of achter over te steken.

Met de wagen
  • Zorg ervoor dat je kind correct de gordel draagt.
  • Stilstaan en parkeren mag enkel waar dat toegelaten is, ook al is het maar voor eventjes! Dubbel parkeren, parkeren aan een bushalte, op het fietspad, op een zebrapad of op de stoep is verboden en bovendien gevaarlijk. Fout geparkeerde wagens brengen kinderen in gevaar. Ze belemmeren het zicht zodat overstekende kinderen het extra moeilijk hebben om het andere verkeer te zien en zelf ook niet goed gezien worden. Voetgangers en fietsers worden bovendien vaak gedwongen om uit te wijken naar de rijbaan, waar ze meer gevaar lopen.
  • Let er ook altijd goed op dat er zich geen kind voor of achter je wagen bevindt als je vertrekt of manoeuvreert.
  • Laat kinderen altijd langs de kant van de stoep in en uit de wagen stappen.